Een tweede spoor bij burn-out betekent dat je werkgever, naast of in plaats van terugkeer in je eigen werk, gaat zoeken naar passend werk bij een andere werkgever. Voor veel mensen voelt dat als een harde boodschap, alsof er niet meer in je geloofd wordt. Dat is het meestal niet. Het tweede spoor is een vast onderdeel van de Wet verbetering poortwachter en is bedoeld om je kansen op werk te vergroten.
In het kort
- Het tweede spoor is re-integratie bij een andere werkgever, terwijl je gewoon in dienst blijft.
- Het start meestal rond de eerstejaarsevaluatie, als terugkeer bij je eigen werkgever niet haalbaar lijkt.
- Je loon wordt doorbetaald en je bent verplicht mee te werken, maar het tempo moet passen bij je herstel.
- Ben je het niet eens met de inzet of de inhoud, dan kun je een deskundigenoordeel bij het UWV aanvragen.
In dit artikel lees je wat het tweede spoor precies is, wanneer het start, wat er in zo’n traject gebeurt en hoe je het combineert met je herstel.
Wat is het tweede spoor bij burn-out?
Bij re-integratie na ziekte zijn er twee sporen. Het eerste spoor is terugkeer bij je eigen werkgever: in je eigen functie, in aangepast werk of in een andere functie binnen het bedrijf. Het tweede spoor is re-integratie buiten je eigen organisatie, bij een andere werkgever.
Belangrijk om te onthouden: tijdens het tweede spoor blijf je gewoon in dienst van je huidige werkgever. Je loon wordt doorbetaald volgens de regels van loondoorbetaling bij ziekte en je arbeidscontract loopt door. Het tweede spoor is dus geen ontslag. Het is een extra route naar werk, die soms parallel loopt aan het eerste spoor.
Bij een burn-out komt het tweede spoor regelmatig in beeld. Herstel duurt vaak maanden en soms langer dan een jaar, zoals je leest op de pagina over herstel na een burn-out. Ook kan het werk zelf, of de werkomgeving, een rol hebben gespeeld bij het ontstaan van je klachten. Dan is het niet altijd verstandig om terug te gaan naar precies dezelfde plek.
Wanneer start het tweede spoor?
De Wet verbetering poortwachter schrijft geen vaste startweek voor. De regel is dat het tweede spoor start zodra duidelijk is dat terugkeer bij je eigen werkgever niet (meer) realistisch is. Dat kan al vroeg in het verzuim zijn, maar meestal valt het besluit rond de eerstejaarsevaluatie, ongeveer in week 52 van je ziekte.
Bij die evaluatie kijken jij, je werkgever en de bedrijfsarts terug op het eerste jaar en vooruit naar het tweede. Is de verwachting dat je binnen afzienbare tijd niet terugkeert in je eigen werk of bij je eigen werkgever? Dan moet het tweede spoor worden ingezet. Het UWV gaat er in de praktijk van uit dat dit uiterlijk kort na de eerstejaarsevaluatie gebeurt.
Start de werkgever te laat of te weinig, dan kan het UWV aan het eind van het tweede ziektejaar een loonsanctie opleggen. De werkgever moet dan langer loon doorbetalen. Dat is ook de reden dat werkgevers het tweede spoor soms wat eerder starten dan jij zou willen.
Wie beslist erover?
Formeel is je werkgever verantwoordelijk voor de re-integratie. Het besluit wordt genomen op basis van het advies van de bedrijfsarts over je belastbaarheid, en vaak ook van een arbeidsdeskundige. Jij hoort daarbij gehoord te worden en het plan van aanpak wordt samen met jou bijgesteld.
Wat gebeurt er in een tweede spoortraject?
Meestal schakelt je werkgever een re-integratiebureau in. Je krijgt dan een vaste begeleider, die met je kijkt naar wat je kunt, wat je wilt en welk werk realistisch is. Een traject bestaat vaak uit een aantal onderdelen:
- Kennismaking en inventarisatie: je opleiding, ervaring, wensen en beperkingen.
- Loopbaanoriëntatie: onderzoek naar je talenten, interesses en passende beroepen, soms met testen.
- Vaardigheden en sollicitatie: hulp bij je cv, je netwerk en het voeren van gesprekken.
- Werkervaring: soms een stage, werkervaringsplek of detachering bij een andere organisatie, zodat je kunt oefenen.
- Rapportage: de begeleider legt de voortgang vast. Dat verslag wordt later onderdeel van je re-integratiedossier.
De inhoud verschilt per bureau en per situatie. Een goed traject is maatwerk en sluit aan bij wat de bedrijfsarts over je mogelijkheden zegt. Het doel is passend werk: werk dat aansluit bij je krachten en beperkingen, en waarvan je opleiding en ervaring redelijkerwijs verwacht mogen worden.

Tweede spoor en herstel: hoe combineer je dat?
Bij een burn-out is energie schaars. Een traject met opdrachten, gesprekken en sollicitaties kan dan veel vragen. Het helpt om vooraf goed af te spreken wat haalbaar is. Je kunt daarbij uitgaan van je huidige belastbaarheid, zoals de bedrijfsarts die heeft vastgesteld.
Een paar dingen die vaak helpen:
- Vraag de bedrijfsarts om in het advies concreet te benoemen hoeveel uur en welke activiteiten nu passend zijn.
- Plan trajectafspraken op momenten van de dag dat je energie het grootst is.
- Bouw rustig op, net als bij het werk in het eerste spoor. Het opbouwschema voor werk na een burn-out geeft daarvoor handvatten.
- Merk je dat klachten weer toenemen? Bespreek het meteen met je begeleider en de bedrijfsarts. Herken je de signalen van een terugval na een burn-out, dan is het beter om tijdig bij te sturen.
Veel mensen ervaren het tweede spoor eerst als verlies. Je moet misschien afscheid nemen van een baan, collega’s of een beroep waar je veel in hebt geïnvesteerd. Tegelijk kan het ook ruimte geven om na te denken over werk dat beter bij je past. Beide gevoelens mogen er zijn.
Tip: Houd een eenvoudig logboek bij van je afspraken, wat er is besproken en hoe het met je energie gaat. Dat geeft overzicht en helpt als er later vragen komen over het verloop van je re-integratie.
Je rechten en plichten in het tweede spoor
Als werknemer ben je verplicht mee te werken aan je re-integratie, ook in het tweede spoor. Weiger je zonder goede reden passend werk of werk je niet mee aan het traject, dan mag je werkgever je loon opschorten of stopzetten. Dat is een stevige maatregel, en daarom is het verstandig om bezwaren altijd te bespreken in plaats van afspraken te laten lopen.
Daar staat tegenover dat je ook rechten hebt:
- Je hebt recht op een traject dat past bij je belastbaarheid, zoals de bedrijfsarts die vaststelt.
- Je mag meedenken over het plan van aanpak en over de keuze van werk.
- Ben je het niet eens met de inzet van het tweede spoor, met de vraag of werk passend is of met de inspanningen van je werkgever? Dan kun je bij het UWV een deskundigenoordeel aanvragen. Je werkgever kan dat overigens ook doen.
- Je kunt altijd een second opinion vragen bij een andere bedrijfsarts als je twijfelt aan het medische advies.
Wat het tweede spoor precies van je vraagt, hangt af van je situatie, je contract en eventuele afspraken in je cao. Heb je twijfels over je rechtspositie, dan kun je advies vragen bij je vakbond, een rechtsbijstandsverzekering of een juridisch loket.
Wat gebeurt er na het tweede spoor?
Lukt het om via het tweede spoor passend werk te vinden, dan stap je over naar een nieuwe werkgever. Soms gebeurt dat via een proefplaatsing of detachering, zodat je eerst kunt ervaren of het werk bij je past.
Lukt het niet binnen twee jaar, dan stopt de loondoorbetaling na 104 weken. Je kunt dan een WIA-uitkering aanvragen bij het UWV. Het UWV beoordeelt dan ook of je werkgever en jij genoeg hebben gedaan aan re-integratie. Het verslag van het tweede spoortraject speelt daarbij een rol. Heb je samen goed gedocumenteerd wat er geprobeerd is, dan helpt dat bij die beoordeling.
Verandert de regeling voor kleine werkgevers?
De overheid werkt aan een wetsvoorstel waarmee kleine en middelgrote werkgevers zich in het tweede ziektejaar alleen nog op het tweede spoor kunnen richten, onder voorwaarden. Het eerste spoor wordt dan in principe afgesloten. Dit voorstel is nog geen wet en de beoogde invoering ligt een aantal jaar in de toekomst. Voor nu gelden de huidige regels van de Wet verbetering poortwachter.
Hulp bij vragen over je tweede spoor
Het tweede spoor bij burn-out roept vaak veel vragen en emoties op. Je hoeft dat niet alleen uit te zoeken. De bedrijfsarts is je eerste aanspreekpunt over wat medisch haalbaar is. Je huisarts of POH-GGZ kan je helpen met de emotionele kant en het herstel zelf. Wil je weten welke hulpverlener wat doet, kijk dan op de pagina hulp bij burn-out.
Veelgestelde vragen over tweede spoor burn-out
Ja. Als al eerder duidelijk is dat terugkeer bij je eigen werkgever niet haalbaar is, kan het tweede spoor eerder starten. Dat gebeurt bijvoorbeeld als het werk zelf een belangrijke oorzaak van de klachten is. De bedrijfsarts en arbeidsdeskundige adviseren hierover.
Wat je moet doen, hangt af van je belastbaarheid zoals de bedrijfsarts die vaststelt. Een traject begint vaak met oriëntatie en pas later met solliciteren. Vind je de opdrachten te zwaar, bespreek dat dan direct met je begeleider en de bedrijfsarts.
Je werkgever kiest meestal het bureau, maar je mag meedenken en bezwaren aangeven. Sommige werkgevers laten je kiezen uit een paar bureaus. Als het contact met je begeleider niet goed loopt, is het verstandig dat bespreekbaar te maken.
Soms wel. Eerste en tweede spoor kunnen naast elkaar lopen. Herstel je beter dan verwacht en ontstaat er passend werk bij je eigen werkgever, dan kan het eerste spoor weer de hoofdroute worden.
Een vast contract verandert niets aan de plicht om mee te werken aan re-integratie. Je blijft in dienst zolang er geen nieuwe baan is of ontslag volgt via de geldende regels. Bespreek je zorgen met je werkgever en vraag bij twijfel juridisch advies.



