Je zit op de bank of staat in de supermarkt en ineens slaat je hart op hol. Je krijgt het benauwd, wordt duizelig en denkt even dat er iets ernstigs gebeurt. Een paniekaanval bij burn-out is geen zeldzaamheid. Juist als je lichaam al lange tijd onder spanning staat, kan het alarmsysteem plotseling aanslaan. Dat is beangstigend, maar je kunt er veel aan doen.
In het kort
- Een paniekaanval is een heftige golf van angst met lichamelijke klachten, die meestal binnen een half uur vanzelf zakt.
- Langdurige stress maakt je alarmsysteem gevoeliger, waardoor paniek bij een burn-out vaker voorkomt.
- Rustig uitademen, jezelf geruststellen en niet gaan vermijden helpen het meest.
- Heb je voor het eerst zulke klachten, of pijn op de borst? Bel dan direct je huisarts of de huisartsenpost.
In dit artikel lees je wat een paniekaanval is, waarom die bij een burn-out vaker voorkomt, wat je tijdens een aanval kunt doen en wanneer je hulp zoekt.
Wat is een paniekaanval?
Een paniekaanval is een plotselinge, heftige golf van angst die gepaard gaat met sterke lichamelijke klachten. De aanval bouwt snel op, bereikt binnen enkele minuten een hoogtepunt en zakt daarna weer. Meestal duurt een paniekaanval enkele minuten en doorgaans niet langer dan een half uur. Daarna kun je je nog een tijd moe of naar voelen.
Veelvoorkomende klachten tijdens een aanval zijn:
- bonzend of snel hartkloppen
- benauwdheid of het gevoel geen lucht te krijgen
- pijn of druk op de borst
- duizeligheid of het gevoel flauw te vallen
- zweten, trillen of tintelingen in handen en voeten
- misselijkheid of een onrustige maag
- het gevoel de controle te verliezen, of dat jijzelf of de wereld niet echt is
- angst om dood te gaan of gek te worden
Een paniekaanval is erg vervelend, maar op zichzelf niet gevaarlijk. Je lichaam doet wat het doet bij gevaar: het maakt je klaar om te vechten of te vluchten. Alleen is er op dat moment geen echt gevaar.
Eén paniekaanval betekent nog niet dat je een angststoornis hebt. Veel mensen maken er in hun leven een of enkele mee. Komen de aanvallen steeds terug, vaak onverwacht, en ben je daarna lang bang voor een nieuwe aanval? Dan kan er sprake zijn van een paniekstoornis. Of dat bij jou zo is, kan alleen een huisarts of psycholoog beoordelen.
Waarom krijg je een paniekaanval bij burn-out?
Bij een burn-out heb je vaak maanden of jaren onder druk gestaan. Je stresssysteem heeft al die tijd op een hoog pitje gedraaid. Daardoor wordt het gevoeliger: een kleine prikkel kan dan genoeg zijn om het alarm te laten afgaan. Denk aan een drukke ruimte, een vervelende mail of zelfs een moment van rust waarin de spanning ineens voelbaar wordt.
Daarnaast spelen bij een burn-out vaak factoren mee die paniek in de hand werken:
- Slaaptekort: slecht slapen maakt je prikkelbaarder en minder bestand tegen spanning.
- Uitputting: als je reserves op zijn, heb je minder buffer om met schrik of zorgen om te gaan.
- Snel en hoog ademen: bij aanhoudende stress adem je vaak onbewust snel en oppervlakkig. Dat kan klachten als duizeligheid en tintelingen versterken.
- Piekeren: zorgen over je gezondheid, werk of geld houden je hoofd in de alarmstand.
- Cafeïne en weinig eten: veel koffie of energiedrank en overgeslagen maaltijden kunnen hartkloppingen en onrust versterken.
Herken je jezelf in deze beschrijving? Lees dan ook hoe een burn-out voelt. Veel mensen merken dat paniek één van de signalen is dat hun lichaam overbelast is.
Paniekaanval of iets lichamelijks?
Hartkloppingen, pijn op de borst en benauwdheid kunnen ook een lichamelijke oorzaak hebben. Ga er daarom niet zomaar van uit dat het om paniek gaat, zeker niet als het de eerste keer is.
Let op: Bel direct je huisarts of de huisartsenpost als je zulke klachten voor het eerst hebt, als ze niet overgaan of als een aanval anders voelt dan je gewend bent, bijvoorbeeld bij pijn op de borst, moeilijk ademen of flauwvallen. Bij een levensbedreigende situatie bel je 112.
Ook als de klachten bij paniek lijken te horen, is het verstandig om ze een keer met je huisarts te bespreken. Die kan een lichamelijke oorzaak uitsluiten, zoals een probleem met je hart, je schildklier of bloedarmoede. Dat geeft vaak ook rust: als je weet dat je hart gezond is, is de volgende aanval minder beangstigend.

Wat kun je doen tijdens een paniekaanval?
Tijdens een aanval wil je vaak maar één ding: dat het stopt. Vechten tegen de paniek maakt het meestal erger. Wat wel helpt, is het over je heen laten komen en je lichaam rustig helpen.
- Benoem wat er gebeurt. Zeg tegen jezelf: dit is een paniekaanval, het is vervelend, maar niet gevaarlijk en het gaat vanzelf over.
- Adem rustig en langzaam uit. Adem in door je neus terwijl je tot drie telt en adem langzaam uit door je mond terwijl je tot zes telt. De lange uitademing helpt je lichaam tot rust te komen.
- Gebruik geen zakje. In een papieren of plastic zak ademen wordt soms aangeraden, maar dat helpt niet en kan de paniek juist versterken.
- Richt je aandacht naar buiten. Kijk om je heen en benoem wat je ziet, drink een glas water, loop even naar buiten of praat met iemand.
- Blijf waar je bent als het kan. Weglopen geeft kort opluchting, maar leert je brein dat de plek gevaarlijk was.
Hoe voorkom je nieuwe paniekaanvallen?
Na een paniekaanval ligt de angst voor een volgende aanval vaak op de loer. Die angst kan ervoor zorgen dat je situaties gaat vermijden, zoals de supermarkt, het openbaar vervoer of afspraken met anderen. Begrijpelijk, maar vermijden maakt de angst op den duur groter. Blijf daarom zoveel mogelijk doen wat je wilt doen, in een tempo dat bij je past.
Daarnaast helpt alles wat je stresssysteem tot rust brengt. Dat zijn dezelfde dingen die ook bij het herstel van een burn-out belangrijk zijn:
- een vast dagritme met regelmatige slaaptijden
- dagelijks bewegen, bijvoorbeeld wandelen of fietsen
- rustmomenten over de dag verdelen, in plaats van doorgaan tot je niet meer kunt
- minder cafeïne en alcohol
- praten over wat je bezighoudt, met iemand die je vertrouwt
Tip: Schrijf na een aanval kort op wanneer het gebeurde, wat je voelde en wat eraan voorafging. Na een paar weken zie je vaak een patroon. Dat helpt jou en je hulpverlener om gericht aan de slag te gaan.
Meer over herstellen en weer energie opbouwen lees je op de pagina over burn-out herstel.
Welke hulp is er bij paniek en burn-out?
Krijg je vaker paniekaanvallen, ben je bang voor nieuwe aanvallen of ga je dingen uit de weg? Maak dan een afspraak met je huisarts. Dat geldt ook als je merkt dat je werk, thuis of sociale leven onder de paniek lijdt.
De huisarts kan je uitleg geven over wat er in je lichaam gebeurt. Dat alleen helpt al veel mensen. Daarnaast kan de huisarts je verwijzen naar de POH-GGZ of een psycholoog. Cognitieve gedragstherapie is een veelgebruikte behandeling bij paniekklachten: je leert anders kijken naar de lichamelijke signalen en stap voor stap situaties weer aan te gaan. Medicijnen zijn meestal niet nodig. Als een arts ze toch met je bespreekt, beslis je daar samen over.
Werk je en ben je ziekgemeld, bespreek de paniekklachten dan ook met de bedrijfsarts. Die kan meedenken over wat je op dit moment wel en niet aankunt. Een overzicht van alle hulpverleners en hun rol vind je bij hulp bij burn-out.
Veelgestelde vragen over paniekaanval burn-out
Ja, sommige mensen worden wakker met hartkloppingen, benauwdheid en angst. Dat kan samenhangen met spanning die overdag is opgebouwd. Ook dan helpt rustig uitademen en jezelf geruststellen. Bespreek nachtelijke aanvallen met je huisarts, zeker als ze vaker voorkomen.
Niet helemaal. Bij een paniekaanval adem je vaak snel en hoog, en dat kan klachten als duizeligheid en tintelingen versterken. Maar de kern van een paniekaanval is de plotselinge, heftige angst. De huisarts kan uitleggen hoe ademhaling en paniek bij jou samenhangen.
Bij veel mensen nemen de aanvallen af als de spanning zakt en het herstel op gang komt. Dat is niet altijd zo. Blijft de angst voor nieuwe aanvallen hangen of ga je dingen vermijden, dan kan gerichte behandeling via de huisarts of een psycholoog helpen.
Dat hangt af van hoe vaak de aanvallen komen en hoe heftig ze zijn. Voel je een aanval opkomen tijdens het rijden, zet de auto dan op een veilige plek stil. Twijfel je of autorijden voor jou verantwoord is, bespreek dat dan met je huisarts.
Ja. Oefen een paar keer per dag op een rustig moment met langzaam in- en vooral lang uitademen. Hoe vaker je het oefent als je ontspannen bent, hoe makkelijker het lukt tijdens spanning. Een POH-GGZ of psycholoog kan je hierbij begeleiden.



